Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zichzelf te kennen, behalve te leeren leven en gelukkig te zijn. Wanneer eindelijk dit slaafsch en tyranniek wezen, vol met kennis en ontbloot van verstand, zwak van lichaam en zwak van geest, in de wereld is geworpen en er zijn dwaasheid, zijn hoogmoed en al zijn ondeugden ten toon spreidt, klaagt men over de menschelijke ellende en verdorvenheid. Men bedriegt zich: dat is de mensch van onze grillen, de natuurlijke mensch is geheel anders.

„Wilt ge dus, dat het kind zijn oorspronkelijken vorm behouden zal. Verzeker u van het kind van het oogenblik af, dat het ter wereld komt. Maak u van hem meester, zoodra hij geboren wordt en verlaat hem niet voor hij man is: doet ge het niet, ge zult nimmer slagen. Evenals de moeder de ware min is, zoo is de vader de ware onderwijzer. Zij moeten doen, waarvoor zij geschikt zijn en hetzelfde stelsel volgen: laat het kind uit de handen van de eene in die van den ander overgaan. Het zal beter worden opgevoed door een verstandigen vader, al weet hij niet veel, dan door den bekwaamsten onderwijzer ter wereld ; want de ijver kan beter het gebrek aan talent aanvullen, dan het talent het gebrek aan ijver.

„Maar de zaken, de betrekking, de plichten

„O ! de plichten ! zonder twijfel komt de vaderlijke plicht het laatst."

Maar, als de vader onmogelijk kan, wat dan ?

Een gouverneur kiezen? Volgens Rousseau is het onmogelijk een goeden gouverneur te vinden, want de eerste eigenschap, die een goede gouverneur moet hebben, is, dat hij niet voor geld te krijgen is.

R. wil dan ook zelf geen gouverneur zijn. Hij acht zich daarvoor niet geschikt. In plaats van de moeilijke taak van gouverneur te vervullen, zal hij niet de handen aan het werk slaan, maar aan de pen en zich een denkbeeldigen leerling kiezen.

De leerling, dien hij zich kiest, is een wees. R. zal daardoor geheel vrij zijn in het kiezen der middelen, die hij noodzakelijk acht. Emile zal hem gedurende het opvoedingstijdperk nimmer verlaten en hij Emile niet.

Men heeft hieruit wel eens opgemaakt, dat R. het wenschelijk zou achten, den leerling geheel van de overige wereld af te zonderen, zoodat hij alleen met zijn opvoeder in aanraking komt. Dit is onjuist. Er zal later uit enkele aanhalingen blijken, dat Emile wel degelijk met anderen verkeert. Maar — het verkeer

Sluiten