Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God nog niet hebben gesproken en è,ls Emile's levendige verbeelding zich een voorstelling zal willen vormen van die verheven Macht, waarvan zijn gevoel van afhankelijkheid hem misschien reeds flauw zal hebben doen bewust worden, dan zal hij ongetwijfeld tot bijgeloof vervallen. Maar meer waarschijnlijk nog is het, dat Emile geheel vreemd zal blijven aan alle zedelijkheid en aan allen godsdienst.

Laten wij onderzoeken, hoe R. zich de opvoeding der zintuigen en de verstandelijke vorming denkt, en bespreken wij daartoe eerst R.'s denkbeelden omtrent het taalonderwijs.

Alles wat Rousseau zegt over het taalonderwijs, (spreken, het leeren van vreemde talen, het memoriseeren van versjes,) en ook over het zingen, zouden wij in één uitdrukking kunnen samenvatten: zijn geheele betoog is een voortdurende strijd tegen verbalisme d. i. het geven van woorden, terwijl de zaken ontbreken.

Reeds gedurende het zuigelingsleven begint men er volgens R. mee, de kinderen te overstelpen met woorden, dikwijls nog onduidelijk uitgesproken, zonder dat tegelijkertijd de dingen worden vertoond. Maar hooren wij hem liever zelf.

„De ongelukkige vaardigheid die wij bezitten, om woorden te gebruiken die wij niet begrijpen, begint vroeger dan men denkt. De leerling luistert op school naar „het levende woord ?" van zijn onderwijzer, zooals hij in het bakerpak naar het gebabbel van zijn min luisterde. Het schijnt mij toe, dat het zeer nuttig zou zijn, hem te leeren daar niets van te begrijpen."

„Beperk dus zooveel mogelijk den woordenschat van het kind. Het is een zeer groot ongeluk, dat het meer woorden heeft dan denkbeelden, dat het meer kan zeggen dan denken."

Dezelfde geest spreekt uit de denkbeelden, die R. verkondigt naar aanleiding van het onder w ij s in vreemde talen. Hij acht het zeer verkeerd, vreemde talen voor het twaalfde jaar te doen aanleeren.

Wat leeren de opvoedkundigen, die zoo luid verkondigen, wat zij onderwijzen, aan hun leerlingen? „Woorden, nog eens woorden en altijd weer woorden. Onder de verschillende wetenschappen, die zij zich beroemen te onderwijzen, wachten zij zich wel, die te kiezen die hun werkelijk nuttig zouden zijn; want dat zou

M. H Lem. Opvoedkundigen. 8

Sluiten