Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kennis van zaken zijn en daarin zouden zij niet slagen. Ze onderwijzen dingen, die men schijnt te kennen als men de namen weet: wapenkunde, aardrijkskunde, chronologie, de vreemde talen enz.; alle studiën, dikwijls boven het begrip van den man en zeer zeker boven dat van het kind; studiën, waarvan het te betwijfelen valt, of ze hem ooit in het leven van nut zullen zijn.

„Men zal verwonderd zijn, dat ik de talen tot de nuttelooze zaken reken: men zal zich echter herinneren, dat ik hier over studiën van den kinderlijken leeftijd spreek, en wat men ook moge zeggen, ik geloof niet, dat ooit een kind voor zijn twaalfde of vijftiende jaar, wonderkinderen buiten beschouwing gelaten werkelijk twee talen heeft geleerd.

„Ik stem toe, dat de studie van talen misschien voor kinderen zou geschikt zijn, indien deze studie slechts kennis van woorden betrof, maar in een andere taal wordt niet alleen het woord gewijzigd, maar ook het denkbeeld, dat het vertegenwoordigt. Het is al mooi, als het kind in één taal woorden aan begrippen weet te verbinden. Om twee talen te kennen, moet hij denkbeelden vergelijken en hoe zou hij dit kunnen, terwijl hij nauwelijks in staat is, om ze op te vatten ?

„De kinderen, die zoogenaamd meer talen spreken, spreken Duitsch met Latijnsche, met Fransche, met Italiaansche woorden; zij bedienen zich werkelijk van vijf of zes woordenboeken, maar zij spreken voortdurend Duitsch.

„Om dit gebrek in geschiktheid zooveel mogelijk te verbergen, leeit men hun bij voorkeur doode talen (x). Hier zijn geen rechters meer, die het verkeerde gebruik zouden wraken" en dan vervolgt hij: „W elke studie men ook kieze, zonderde begrippen der zaken, z ij n de teekens, welke die begrippen vertegenwoordigen, niets."

Heeft men het leeren van vreemde talen vóór het twaalfde jaar, in overeenstemming met R.'s denkbeelden al zeer bepeikt; predikt de nieuwere opvoedkunde tegenwoordig voortdurend, dat het verkeerd is woorden te geven, als de zaken ontbreken: het zal misschien verwondering baren, dat R. in zijn strijd tegen het verbalisme zoo ver gaat, dat hij „h e t-

l1) Dit is tegenwoordig, in ons land ten minate, in het algemeen niet meer het geval.

Sluiten