Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot onzen tijd toe, als hulpmiddel bij het aanvankelijk leesonderwijs is gebruikt.

Met de speelkaarten heeft R. de methode Berthaud op het oog, 1744: „Le quadrille des enfants ou système nouveau de lecture". (Quadrille voor kinderen of nieuwe methode om lezen te leeren). Deze methode is de grondslag geweest voor de eerste klankmethode in ons land. Zij is voor ons land bewerkt door J. J. Schneither (van 1790-1796). Ook Nieuwold heeft aan deze methode veel ontleend.

Nu was de methode Berthaud voor dien tijd ongetwijfeld een meesterstuk en ook „het typographisch bureau" was een zeer te waardeeren hulpmiddel, maar de leesstof, die genoemde werken bevatten, was voor kinderen totaal ongeschikt. In dit opzicht was er zeker voor R. aanleiding, het lezen leeren tot een volgende periode uit te stellen, omdat de leesstof van dien tijd en ook nog vaak van onzen tijd juist het euvel in de hand werkte, waartegen R. voortdurend zich genoopt zag te strijden: het verbalisme. Ln al moge het middel van de briefjes ons te gekunsteld toeschijnen, die briefjes werkten het verbalisme ten minste niet in de hand: zij bevatten een stof, die geheel was onder het bereik van Emile. Tevens gaf R. als het ware den weg aan, om tot een nog betere leesmethode te geraken: geef het kind een geheel, dat volkomen onderzijn bevatting is en breng (door analyse en synthese) hem tot de elementen der taal en van die elementen weer tot een geheel. De latere methode Jacotot berust op de denkbeelden, door R. voor het eerst uitgesproken.

Wij hebben gezien, dat R.'s opmerkingen over het taalonderwijs een voortdurende strijd tegen het verbalisme mogen genoemd worden. Ditzelfde geldt van het zingen. Ook hier richt hij de pijlen van zijn vernuft onophoudelijk op het gebruik van woorden en teekens, die boven de bevatting gaan van het kind. Zijn beschouwingen betreffen zoowel den inhoud als den vorm van het zangonderwijs.

Eerst tracht R. aan te toonen, dat het kind nooit in staat is werkelijk mooie muziek voort te brengen. „De kinderen zijn tot die muziek niet in staat, hun gezang heeft nooit ziel." „Een mensch heeft namelijk drie soorten van stemmen: een spreekstem, een z i n g s t e m en een gevoelsstem. Een kind heeft die stemmen ook wel, maar hij kan ze niet naar welbehagen met elkaar in verband brengen."

Sluiten