Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere er voor in de plaats stellen en in plaats van altijd met de hand te meten, moet hij er aan gewend raken, om het alleen met de oogen te doen. Ik zou echter willen, dat hij zijn eerste schattingen aan werkelijke metingen toetste, om zelf zijn dwalingen te kunnen verbeteren, en dat, indien er in den zin eenige valsche schijn overbleef, hij dien leerde herstellen door een beter oordeel. Men heeft natuurlijke maten die bijna overal dezelfde zijn; de schreden van een mensch, de lengte zijner armen, zijn lichaamshoogte. Indien een kind de hoogte van een verdieping schat, kan zijn opvoeder hem tot maat dienen; indien hij de hoogte van een toren wil nagaan, laat hij met huizen meten; indien hij de lengte van een weg wil weten, laat hij onderzoeken, hoeveel uren hij er over moet loopen; maar bovenal, doe niets van dit alles voor hem, laat hij het zelf doen."

Als wij dit alles lezen, staan wij er over verwonderd, dat het zoo lang heeft moeten duren, aleer de raadgevingen van R. in practijk zijn gebracht. Zou het niet voor een deel daarvan komen, dat men op examens wel naar levensbijzonderheden van groote opvoeders vroeg en soms helaas nog vraagt, maar verzuimde te onderzoeken, of de candidaten kennis genomen hadden van hun werken ? Wellicht staat het ook in verband met het treurige feit, dat de opleiding der onderwijzers nog zoo erbarmelijk slecht is, dat het meerendeel een werk in een der drie nieuwere talen geschreven, om van de twee oude talen te zwijgen, niet kan verstaan. Maar meer nog heeft de gebrekkige opvoedkundige studie schuld. Eerst in den allerlaatsten tijd hebben de denkbeelden van R. over het meten en schatten in ons land hun invloed doen gevoelen en in Frankrijk, het land waar men de „Emile" in het oorspronkelijke lezen kan, doet men bij het onderwijs, of R. nooit had bestaan.

Wat zegt R. over het teekenonderwijs?

„De kinderen, groote navolgers, trachten alle te teekenen."

„Ik zal mij dus wel wachten, hem een teekenmeester te geven, die hem slechts navolgingen zou geven om na te volgen, en hem slechts zou laten teekenen naar teekeningen : ik wil dat hij geen anderen meester zal hebben dan de natuur, en geen ander voorbeeld dan de dingen. Ik wil dat hij het origineel zelf onder de oogen zal hebben en niet het papier, waardoor het wordt voorgesteld ; laat hij een huis teekenen naar een huis, een boom naar een boom, een mensch naar een mensch, om zich aan te wennen de din-

Sluiten