Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men intieme bijzonderheden van hun huiselijk leven noodig. Die missen wij juist bij onze groote mannen. R. geeft zelf in een voorbeeld uit het leven van Turenne, hoe hij zich dergelijke bijzonderheden zou denken.

„Op een zomerschen dag toen het zeer warm was, stond do vicomte de Turenne, in een wit buisje en met een muts op het hoofd, voor het raam in zijn kamer. Een der bedienden komt onverwachts binnen, en door de kleeding bedrogen, ziet hij hem voor den koksmaat aan met wien hij bevriend was. Hij komt stilletjes achter hem, en met een niet zachte hand geeft hij hem een harden klap op de billen. De geslagen man kijkt dadelijk om. De knecht ziet sidderend dat het zijn meester is. Hij werpt zich radeloos op zijn knieën: Monseigneur, ik dacht, dat het Georqe was... En al was het George geweest, roept Turenne, terwijl hij zich van achteren wreef, dan had je toch niet zoo hard hoeven te slaan."

Dergelijke bijzonderheden nu, die den mensch meer doen kennen dan vele uiterlijkheden, missen wij gewoonlijk. Alleen P 1 u t a 1' thus munt in zulke details uit: de kwinkslagen van Hannitegenover zijn soldaten, Agesilaos paardrijdende op een stok Cesar in het dorpje, Alexander met zijn geneesheer, Aristides zijn' eigen naam schrijvende op een scherf, Philopoemen houthakkende in de keuken van zijn gastheer, worden door dit enkele feit beter geschetst dan door een bladzij vol beschrijvingen.

Het onderwijs inde n a t u u r k u n d e' wenscht R. als zuivere denkwerkzaamheid ook van den twaalfjarigen tot den vijftienjarigen leeftijd te doen geven. Er moet dus in die korte periode heel wat worden geleerd.

In bijzonderheden zullen wij hier niet treden. De denkbeelden gehuldigd076' ^ °"derW"S WOrden tege™oordig vrij algemeen

Op twee dingen willen wij de aandacht vestigen. Vooreerst is het R. er meer om te doen, dat Emile de verschijnselen zal leeren kennen, dan h e t s y s t e m a t i s c h verband deiverschijnselen. „Gewen uw leerling er aan, de verschijnselen met als oorzaken te beschouwen, maar als feiten."

Mag deze raad in den tegenwoordigen tijd bij het onderwijs in de natuurkunde op de lagere school nog wel eens ter harte genomen worden, nog meer geldt dit van zijn meening omtrent h e t g e b 1 u i k van natuurkundige werktuigen. R. is voorstander van de zoogenaamde potjes-en-pannetjes-

Sluiten