Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scholen moeten vrij zijn. Men zou anders de menschelijke vrijheid, en wel in gewetenszaken, op een niet slechts onnoodige, maar ook schadelijke wijze beperken. Over de opvoeding en het onderwas in het vaderlijk huis kan moeilijk een bijzonder staatstoezicht geoefend worden. Maar omdat de stand der geleerden een openbare stand en als het ware een waardigheid in den staat moet zijn, zoo volgt hieruit natuurlijk dat de jonge burgers die in huis en in bijzondere scholen onderwijs ontvangen hebben, bedoelde waardigheid niet v e r k r ij g e n, indien zij niet door latere openbare examens hiertoe worden toegelaten. Verder strijdt het met de gewenschte orde, dat vele bijzondere scholen gehouden worden, zonder dat hiervan vooraf aan de overheid kennis gegeven is. Want de staat moet onderzoeken of een onderwijzer van kinderen geen godsdienst bezit die met de zeden in s t r ij d is. Van dien godsdienst moeten de wezenlijke bestanddeelen zijn de leer van de deugd en van de ondeugden, van een vergeldenden rechter na den dood en van de plichten van gehoorzaamheid aan het hooge gezag en aan de wetten. Een onderwijs dat tegen dezen staatsgodsdienst ingaat, kan niet zonder verderf voor het volk worden geduld; zelfs kan niemand geschikt geacht worden het burgerrecht in een met wijsheid ge regeer de 11 staat te mogen bezitten, die dezen godsdienst niet kent en belijdt. De bijzondere scholen moeten ook toegankelijk zijn voor de zeden-inspecteurs, die de staat hiertoe aanstelt. Dezen moeten onderzoeken of er niets geschiedt wat schadelijk is voor de gezondheid en voor de zedelijke vorming. Als bekend of onontbeerlijk onderstel ik deze voorwaarden voor de openbare staatsscholen."

Men bemerkt uit het bovenstaande dat B. zelfs van den bijzonderen onderwijzer zooveel godsdienstig geloof eischt, dat men van hem verwachten mag, dat zijn onderwijs nimmer ongeloovig zal zijn, maar dat het minstens zal dienstbaar zijn aan de opleiding tot een Christendom boven geloofsverdeeldheid.

Als B. vervolgens uiteenzetten gaat, aan welke eischen de openbare school moet voldoen, blijkt dat zijn denkbeelden in hoofdzaak overeenkomen met de beginselen, die aan onze achtereenvolgende schoolwetgevingen ten grondslag gelegd zijn.

„Omdat zulke openbare scholen op algemeene kosten der landen

Sluiten