Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

W. Maar waarom heet liet eigenlijk Kreeftenboekje ?

B. Omdat een oude kreeft met zijn jongen er op geteekend is.

W. Maar wat hebben die kreeften hier te maken?

B. Dat zal ik je zeggen. Een oude kreeft moet eens tot zijn kinderen gezegd hebben, dat zij niet achteruit moesten loopen, en zelf liep hij toch ook achteruit.

W. O, nu begrijp ik de bedoeling."

Uit het bovenstaande zal duidelijk zijn, dat het geheele „Kreeftenboekje" de illustratie is van Rousseau's leer, dat de fouten der kinderen de schuld van de opvoeders zijn. Er blijkt dus hier wel duidelijk, dat de philantropijnen de geesteskinderen zijn van Montaigne, Locke, Rousseau. Toch was het zeker niet kwaad in dien tijd, de ouders voor te houden dat zij zelf oorzaak van de gebreken hunner kinderen waren. Het was de eenige manier om verbetering in de opvoeding te bewerken.

Het „Kreeftenboekje" bestaat uit een „Voorbericht" en zes en dertig hoofdstukken.

In het voorbericht wijst S. op het wonderlijke feit dat teergevoelige menschen toch vaak ongevoelig zijn voor het lijden van andere schepsels, die niet in dezelfde omstandigheden als zij verkeeren. Europeanen bekommeren zich vaak weinig om het leed van hun bruine broeders. Maar waartoe zal hij zijn voorbeelden zoo ver zoeken? „Wij leven in een gematigden luchtstreek en velen van ons zijn in de laatste jaren zoo overgevoelig geworden, dat wij meelijden hebben met een vloo aan wier heerlijk leventje wij een einde moeten maken. Toch heeft ook bij ons het vooroordeel een zeker soort van menschen tot slavernij gedoemd en heeft aan hun beheerders een onbeperkte vrijheid verleend, 0111 ze naar eigen willekeur te behandelen. Evenals de eerste Christenen alle ongelukken, die in het Romeinsche rijk gebeurden, ontgelden moesten; zoo moeten ook zij gewoonlijk alle verdrietelijkheden ondervinden, die in de huizen van hun meerderen ontstaan, zonder dat zij zich mogen verantwoorden. Zij worden vaak in gezelschap geroepen om bespot te worden en hebben geen verlof er zich over te beklagen; men slaat ze met roeden, vaak zonder dat zij iets kwaads gedaan hebben; soms martelt men ze onder langzame pijnigingen dood, en het meerendeel van hun fijngevoelige medeburgers hooren hun geschrei, zien ze pijnigen, zonder er iets onbillijks in te zien.

Sluiten