Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verlangen van hun kinderen vredelievendheid; zij komen vaak dronken thuis en dringen bij hen op matigheid aan ; zij vertellen de zonden hunner jeugd en slaan er op los, als de kinderen hetzelfde doen ; zij klagen over het werk, prijzen lediggangers gelukkig en brommen, als de kinderen afkeer van werken betoonen; zij veroorloven zich al de uitspattingen, waarom ze hun kinderen kastijden. Ouders die zulke voorbeelden geven, kunnen moeilijk loochenen, dat ze de voornaamste leermeesters zijn, van wie de kinderen hun ondeugden hebben geleerd.

„T e n tweede in het gebrek aan toezicht. Ze klagen vaak dat ze hun kinderen de beste opvoeding geven en er toch bij hen geen vruchten van bespeuren. Indien men echter onderzoekt, waarin die opvoeding bestaat, dan is ze niets anders dan een paar uur onderwijs, die ze óf zelf geven, óf door anderen laten geven. Overigens laten ze de kleinen aan zich zelf over ; staan hun toe met de ruwste kinderen om te gaan; laten ze aan de dienstboden over; zïn of zoo bezet door hun zaken, öf houden er zooveel kennissen op na, nemen aan allerlei pretjes zooveel deel, dat hun kinderen het grootste deel van hun jeugd heelemaal zonder toezicht onder menschen van verdorven zeden doorbrengen. Wie is er dan de oorzaak van, als het meisje even brutaal als de dienstmeid wordt, als de knaap de lage denkwijze van straatjongens aanneemt ? Zeker het kind niet, maar zij die het aan zulk gezelschap hebben prijs gegeven.

„Ten derde in fouten der opvoeding. Deze zijn zoo talrijk, dat men een dik boek zou kunnen schrijven, al wilde men dit slechts onvolkomen aantoonen. Wat is bijv. meer gewoon, dan dat een aantal ondeugden over het hoofd worden gezien, zoo lang men goed gemutst is; terwijl men daarentegen om een kleinen misslag straft, als de melk in het vuur geloopen is, een schuldeischer is komen manen, of iets anders vervelends gebeurd is, waaraan de kinderen in het geheel geen schuld hebben. Wat is meer gewoon, dan dat men er op los slaat, als ze een glas omstooten, terwijl men boosaardigheden ongestraft laat! Wat is meer gewoon dan dat men een gering vergrijp, dat zij bekennen, straft; terwijl men hen niet laat boeten als zij het loochenen! Wat is meer gewoon, dan dat men niet hun wensch vervult, indien zij vragen ; terwijl men hen met de liefste woordjes tracht te kalmeeren, als ze stampvoeten en razen ! Wat is meer gewoon dan dat men van een zesjarig meisje verlangt, dat het even bedacht-

Sluiten