Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mijn symbolum is kort en luidt aldus:

De opvoeder moet de oorzaak van alle gebreken en ondeugden van zijn kweekelingen in zich zelf zoeken.

„Deze rede is hard," zullen velen denken; zij is echter in werkelijkheid niet zoo hard, als het op het eerste gezicht schijnt. Als men haar maar goed begrijpt, zal de schijnbare hardheid spoedig verdwijnen.

Mijn meening is niet, dat de oorzaak van alle gebreken en ondeugden van zijn kweekelingen werkelijk in den opvoeder ligt, maar ik wil alleen dat hij die in zich zelf zal zoeken.

Men bemerkt uit het bovenstaande, dat de kern van het „Mierenboekje" dezelfde als die van het „Kreeftenboekje" is. Wat echter in het „Kreeftenboekje" moest worden afgewezen, kan in het „Mierenboekje" worden aanvaard, want hier luidt het: de opvoeder moet de oorzaak in zich zelf zoeken.

Wat is o p v o e d i n g, volgens S.? „V o 1 g e n s mijn meening is opvoeding: ontwikkeling en oefening van de kinderlijke vermogens. Voedt men het kind tot mensch op, dan worden al zijn vermogens ontwikkeld en geoefend ; voedt men het echter voor een bepaald beroep op, dan acht men het noodig, slechts die vermogens te oefenen, die voor dat beroep nuttig zijn, terwijl men de andere die nadeelig kunnen zijn, laat sluimeren of verlammen, evenals men den stier ontmant, dien men tot trekdier bestemd heeft. Ik spreek hier slechts van de eerste soort van opvoeding."

Uit deze aanhaling blijkt duidelijk, dat S. en met hem de meeste philantropijnen (Basedow was in zijn „Voorstel" nog niet zoo ver) in navolging van Rousseau, bij de opvoeding uitsluitend vraagt, wat de wordende mensch voor zich zelf behoeft: vorming en niet africhting moet het doel der opvoeding zijn. Eenzijdigheid in de opvoeding wordt afgekeurd en veelzijdigheid aangeprezen. Dit denkbeeld, door de philantropijnen ijverig gepropageerd, is van blijvende beteekenis voor opvoeding en onderwijs geworden.

S. geeft dan verder in ditzelfde hoofdstuk een schets van de ontwikkeling der vermogens bij het kind. Hoewel wij thans in dit opzicht over meer ervaring beschikken, getuigt zij toch in menig opzicht van goed waarnemen. De invloed van Rousseau is weer duidelijk merkbaar in S.'s oordeel, dat de rede eerst

Sluiten