Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na de studie in de theologie en de rechten te hebben opgegeven, besloot Pestalozzi landbouwer te worden. Hij trad dan ook na zijn huwelijk als landhuishoudkundige op. Door zijn voorbeeld hoopte hij tevens de bevolking maatschappelijk op te heffen. Hij kocht een groot stuk heideveld, liet daarop een woning bouwen, denNeuhof, zou het land ontginnen en er op groote schaal meekrap aanplanten! De uitkomst beantwoordde niet alleen niet aan de verwachtingen, maar hij moest met zijn jonge vrouw zelfs armoede lijden. Toch liet hij zich niet weerhouden, aan zijn landbouwonderneming nog een armeninrichting te verbinden.

De kindei en, die in die armeninrichting werden opgenomen, zouden met veldaibeid, spinnen en andere handwerken worden bezig gehouden en tegelijkertijd van P. zelf onderwijs ontvangen. Ook deze poging mislukte.

P. had ondertusschen ook met de pen getracht, aanhangers voor zijn denkbeelden te winnen. Zoo verscheen „Avondstonden eens Kluizenaars en in 1781 het boek, dat P. eensklaps beroemd maakte, „Lienhard en Geertrui". Het boek behoedde hem ook voor bioodsgebrek en stelde hem in staat, zij het ook vaak in kommervolle omstandigheden, nog éénige jaren op den Neuhof te leven.

De Fransche omwenteling gaf aan Pestalozzi's leven een andere richting. Had hij gehoopt, dat de nieuwe mannen, die in Zwitserland aan het loer kwamen, zijn denkbeelden in toepassing zouden biengen; hij werd bitter teleurgesteld. Maar zooals hij zelf zegt in „Hoe Geertrui haar kinderen leert": „Zij deden mij goed, zij deden mij meer goed, dan ooit menschen mij gedaan hebben. Zij gaven mij aan mij zelf terug en lieten mij, in stille verbazing over de verandering van hun schipsverbetering in een schipbreuk, niets over dan het antwoord, dat ik in de eerste dagen van hun verwarring uitsprak : ik wil schoolmeester worde n." En P. werd schoolmeester. Het kleine kanton Unterwalden, in de nabijheid van het Viei woudenstedenmeer, had zich aan de nieuwe regeering der Helvetische republiek niet willen onderwerpen. Toen trok de Fiansche genei aal met 12,000 man tegen het kleine land op. Den 9den September 1795 werd het aangevallen en kwamen de Franschen langs een omweg binnen. In weerwil van de schitterende dappei heid, waai mee naast de mannen, ook vrouwen, kinderen en giijsaaids streden, moest het kleine volk het onderspit delven. Negen uren duuide de strijd van 2000 personen tegen de overmacht van 12000 welgewapende soldaten. Toen was hij beslecht: 3000

Sluiten