Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het tegendeel kunnen leeren. Zijn levendige verbeelding deed P. toch zeer vaak als werkelijkheid zien, wat h\j zich nog slechts als mogelijk had gedacht. Het was ook oorzaak, dat velen van een bezoek te Yverdun teleurgesteld terugkeerden, want ook de opvoeding daar werd door hem en zijn helpers veel mooier geschilderd, dan zij inderdaad was.

Wanneer men de Reclam-uitgave, die een afdruk is van de uitgave der gezamenlijke werken, waarop in 1817 de inschrijving werd geopend, verder leest, dan stuit men bl. 165 op het volgende. Nadat P. aan het slot van zijn twaalfden brief de lofrede van het „Boek der moeders" gezongen heeft (Het boek zal zoo'n indruk maken, dat de kinderen alle boeken zullen wegwerpen. Ja, sterker nog: „Vriend! Het boek is er nog niet, en ik zie het reeds weer verdwijnen door de werking, die het oefent"), wordt men verwezen naar een noot aan den voet der bladzijde: „Opmerking bij de nieuwe uitgave. De droombeeldige voorstelling van dit boek der moeders, dat nooit verscheen, welks vervaardiging ik in dit oogenblik zoo gemakkelijk geloofde en waarvan het nietverschijnen gezocht moet worden in de dwalingen, waarin ik door mijn droombeelden bevangen was, eischt nadere opheldering over den bepaalden toestand van mij zelf ten opzichte van den toenmaligen graad van waarheid mijner koene vermoedens en de gapingen, die de onrijpheid dier vermoedens in mijn oordeelen deed ontstaan."

Men ziet dat alle onzekerheid is uitgesloten. In 1801, het jaar van de eerste uitgave van „Hoe Geertrui haar kinderen leert", is P. zoo vervuld van zijn boek, dat hij het reeds voor oogen ziet, maar bij den herdruk van 1820 erkent hij zelf, dat het nooit geschreven is. Kan hij het soms na 1820 nog geschreven hebben ? Ook dit is onmogelijk. De gezamenlijke werken van P. werden van 1826 — 1881 onder toezicht van P. J. Prinsen vertaald. Wij lezen daar op bl. 185 dezelfde noot, zonder dat Prinsen het noodig acht, er iets aan toe te voegen. Men kan er van verzekerd zijn, dat Prinsen, die zoo met Pestalozzi bekend was, niet nagelaten zou hebben, de uitgave te vermelden, indien het „Boek der moeders" in weerwil van de uitlating van Pestalozzi toch nog tusschen 1820 en 1827 was verschenen.

Na bovenstaand overzicht van P.'s leven, zullen wij een drietal van zijn werken nader beschouwen. Wij kiezen daartoe: Lienhard

M. H. Lem. Opvoedkundigen. 12

Sluiten