Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestaan tusschen de opeenvolgende deelen van een leervak. Zooals hij schrijft: „ik vermoedde den samenhang van de aanvangspunten van elk vak van kennis met zijn voltooiden omtrek als nooit te voren". Doordat hij gedwongen was, de meer bekwame leerlingen te bezigen, om de minder bekwame te onderwijzen, kwam hij tot de overtuiging, „dat alle ware, alle vormende onderwijs uit de kinderen zelf moet worden ontwikkeld en in hen zelf moet worden verwekt." „Ik leerde bij hen, — ik zou blind hebben moeten zijn, indien ik het niet geleerd had — de natuurlijke verhouding kennen, waarin wezenlijke kennis tot woordenkennis moet staan; ik leerde bij hen wat voor nadeel de eenzijdige woordenkennis en het vertrouwen op woorden, die slechts klank en geluid zijn, berokkenen kunnen aan de werkelijke kracht der aanschouwing en aan het vaste bewustzijn van de ons omringende dingen."

Men bemerkt uit het bovenstaande, dat reeds toen aan P. het beginsel, dat van aanschouwing moet worden uitgegaan, dat in tegenstelling tot de dogmatische, de genetisch-ont wikkelende methode de ware is, hem duidelijk was; al is hij er eigenlijk nooit in geslaagd, dit beginsel in waarheid bij alle onderwijs in toepassing te brengen.

P. beschrijft dan verder, hoe hij Stanz moest verlaten en schoolmeester werd te Burgdorf. Daar moest hij de kinderen op de ouderwetsche manier spellen en lezen leeren, maar dit stuitte hem tegen de borst. Het is een kindermoord, de leerlingen, die tot hun vijfde jaar in het volle genot der natuur hebben geleefd, op te sluiten in een stinkend vertrek en hen daar uren, dagen, weken, jaren lang te kwellen met ellendige, onaantrekkelijke, eenvormige letters. Het werd hem duidelijk, dat de volgende eischen in overeenstemming waren met de natuur van het kind.

„1°. Men moet den kring van hun aanschouwing voortdurend meer uitbreiden.

2°. De aanschouwingen, die hun tot bewustzijn zijn gebracht, hun bepaald, zeker en onverward inprenten.

3°. Hun voor alles, wat natuur en kunst hun tot bewustzijn gebracht heeft en voor een deel tot bewustzijn brengen moet, uitgebreide taalkennis verschaffen."

Uit deze eischen kwam hij tot de overtuiging :

1°. dat er behoefte bestond aan aanschouwingsboeken voor de jeugd.

Sluiten