Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2°. dat die aanschouwingsboeken op een vaste en bepaalde wijze moesten verklaard worden.

3°. dat de kinderen, van de aanschouwingen naar aanleiding dier boeken, gebracht moesten worden tot kennis van namen en woorden, voor men er toe overging hen spellen te leeren."

Het is dus duidelijk, dat P. vooral gekant was tegen het geestdoodende spellen, waarin eigenlijk al het onderwijs in dien tijd bestond.

In dien zelfden eersten brief deelt P. ons nog het oordeel mee van een schoolman, F i s c h e r , die P. aan het werk had gezien, over het doel, dat hij met zijn onderwijs beoogde. Aangezien P. in menig opzicht dit oordeel zelf onderschrijft, achten wij het gepast, de vijf grondstellingen, waarvan hij volgens Fischer uitging, hier te vermelden. Tot goed verstand zij er aan toegevoegd, dat P. ze slechts als uitvloeisel van zyn hoofddenkbeeld beschouwde.

1. „Hij wil de krachten van den geest intensief verhoogen en niet slechts extensief met voorstellingen verrijken."

Volgens F. liet P. daarom gedurende het voor- en naspreken de kinderen met den griffel op de leien teekenen of letters schrijven. Ook gaf hij hun dunne blaadjes van doorschijnend hoorn, waarop lijnen en letters geteekend waren. Legden zij die dan op hun teekeningen, dan konden ze zelf zien, of het goed was of niet.

2. „Hij verbindt zijn onderwijs geheel aan de taal."

Volgens P. moet deze stelling eigenlijk luiden : Hij beschouwde naast de werkelijke aanschouwing van de natuur, de taal als het voornaamste middel van kennis voor ons geslacht.

3. „Hij tracht voor alle werkzaamheden van den geest, of gegevens, of rubrieken, of leidende ideeën te verschaffen."

Volgens de toelichting van P. en F. wordt hiermee bedoeld, dat het onderwijs aan de kinderen gegevens moet verschaffen, die hen op gelijksoortige dingen opmerkzaam maken. Door rubriceer i n g wordt orde gebracht in de velerlei verkregen voorstellingen, terwijl bepaalde vragen, die tot verdere oplossingen voeren, leidende ideeën, de kinderen in staat stellen, zelf te vinden wat men hen leeren wil.

4. „Hij wil de techniek van het onderwijzen en van het leeren vereenvoudigen."

De bedoeling van P. was, dat elk onderwijzer en elke moeder in staat zou zijn, met behulp van zijn aanwijzingen, de kinderen zelf te onderwijzen.

Sluiten