Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vertoont. In de derde horizontale rij wordt evenzoo gehandeld. Daar zijn dus de vierkantjes achtereenvolgens verdeeld in derden, zesden, negenden, twaalfden, vijftienden, achttienden, eenentwintigsten, vierentwintigsten, zevenentwintigsten, dertigsten. Het laatste vierkantje der laatste horizontale rij is dus in honderd deelen verdeeld.

P. wijst er nog op, dat zijn ABC der aanschouwing voor het rekenonderwijs, gelijk is aan het A B C der meetkunde. Op deze wijze is er overeenstemming tusschen vorm en getal.

De belangrijkheid der verbeteringen, die P. in het rekenonderwijs bracht, zal ieder dadelijk in het oog vallen. Geschiedde tot dien tijd het rekenonderwijs slechts werktuiglijk, P. bedacht niet alleen doeltreffende aanschouwingsmiddelen, maar ontwierp ook een geheel nieuwe methode voor dit onderwijs.

Vóór P. werd algemeen begonnen met het uitspreken der getallen, waarna onmiddellijk tot de vier hoofdregelen met groote getallen werd overgegaan. P. had hier geen voorgangers. Alles werd door hem gevonden. Het tegenwoordige rekenonderwijs op de lagere school berust nog altijd op P.'s denkbeelden.

De tiende brief is slechts kort. P. resumeert wat hij in de vorige brieven heeft ontwikkeld. De toestand, waarin Europa toen ter tijde (1801) verkeerde, schrijft P. alleen hieraan toe, dat het menschelijk geslacht van den gang der natuur is afgeweken. De boekdrukkunst, hoeveel goeds zij anders ook heeft gebracht, heeft tengevolge gehad, dat men de menschheid van haar vijf zinnen heeft beroofd en „haar heeft beperkt tot het verafgode heiligdom van letters en boeken". Het sansculottisme is alleen te wijten aan de miskenning van het beginsel der aanschouwelijkheid. Wil men een dam opwerpen tegen de verwoestingen, waarmee al onze instellingen bedreigd worden, dan moet alle oppervlakkigheid worden geschuwd en algemeen worden ingezien, dat „d e aanschouwing zij het absolute fundament van alle kennis, of m.a.w. dat alle kennis van aanschouwing moet uitgaan en tot haar moet kunnen worden teruggevoer d."

De eerste tien brieven van „Hoe Geertrui enz." zijn ongetwijfeld de meest belangrijke. In den elfden en twaalfden brief krijgen wij niet veel meer dan herhalingen en ontboezemingen. P. betreurt het, dat hij niet meer heeft kunnen tot stand brengen en

Sluiten