Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woonten van opmerkzaamheid ontstaan ; toch is door zijn optreden veel schadelijks verdwenen en een beter inzicht geboren.

Nog op een ander deel der bovenstaande aanhaling moeten wij de aandacht vestigen. Het is de korte beschrijving van den ontwikkelingsgang van het jonge kind. Reeds bij Rousseau en Salzmann hebben wij er op gewezen, dat deze opvoedkundigen de eerste bouwstoffen geleverd hebben voor de wetenschap, die men p a i d o 1 o g i e noemt. Rousseau grondde op dien ontwikkelingsgang zijn opvoedingsperioden ; men herinnert zich dat hij Emile tot zijn twaalfde jaar toe nog uitsluitend waarnemen liet. Velen deilatere paidologen zouden voor menigen misgreep bewaard gebleven zijn, als zij H. hadden gekend. Wij wijzen er op, dat H. ertegen waarschuwt het eenvoudige phantaseeren en denken vóór de schooljaren, gelijk te stellen met het phantaseeren en denken op meer gevorderden leeftijd.

Wat H. over het spelen der kinderen schrijft, getuigt ook van zoo scherpe waarneming, dat het verwondering moet wekken, dat de paidologen niet op de groote beteekenis van H. in dit opzicht gewezen hebben. De scherpte van waarnemen komt trouwens nog meer uit, als men de beide eerste hoofdstukken van de vierde afdeeling van het tweede deel bestudeert, waarin H. de opvoeding van de drie eerste jaren en van het vierde tot het achtste jaar bespreekt. Hier vindt men overvloed van gelegenheid H.'s meesterschap in „kinderstudie" te waardeeren.

Behalve de reeds aangehaalde zielkundige beschouwingen bevat het hoofdstuk dat wij thans bespreken nog twee andere belangrijke gedeelten, die de aandacht verdienen ; wel niet omdat zij voor de opvoedkunde in het algemeen van zoo hooge beteekenis zijn, maar omdat zij inzicht geven in H.'s stelsel. Wij hebben het oog op de twee hoofdrichtingen in het onderwijs, en de verdeeling der opvoedkundige werkzaamheid.

„Om het onderwijs te doen aansluiten bij de aanwezige gedachten en gezindheden van den kweekeling, moeten alle poorten er voor geopend worden. Eenzijdigheid van het onderwijs is reeds daarom schadelijk, omdat men niet met zekerheid van te voren kan zien, wat het meest op den kweekeling zal werken.

„De aanwezige voorstellingsmassa's ontstaan uit twee hoofdbronnen : ervaring en omgang. Uit het eerste ontstaat kennis der natuur, maar onvolledig en ruw; uit het tweede gezindheden

Sluiten