Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vioeger geleerde moot door het latere onderwijs worden aangevuld. Dit onderstelt echter een zoodanige schikking van het geheele onderwijs, dat het latere steeds het vroegere waarmee het zich verbinden moet, aanwezig vindt.

„Het gewone onderwijs, te weinig denkende aan de aanwezige voorstellingen der leerlingen, daar het slechts het oog heeft op wat moet worden geleerd, denkt gewoonlijk eerst dan aan de noodige opmerkzaamheid, indien zij reeds ontbreekt en daardoor de voortgang van het onderwijs wordt opgehouden. Het wendt zich dus tot het willekeurige opmerken, dat nu door opwekkingen, maar nog vaker door berispingen en straffen moet verkregen worden. Daardoor komt de middellijke belangstelling in de plaats van de onmiddellijke; en het voornemen van den leerling om opmerkzaam te zijn, verschaft geen krachtige opneming, weinig samenhang van het geleerde, weifelt onophoudelijk en maakt vaak genoeg plaats voor afkeer."

Welke hoofdsoorten van belangstelling onderscheidt H. ?

Herbart meester in verdeelen en onderverdeelen onderscheidt zes soorten. Drie soorten van belangstelling ontstaan uit d e e rvar in g en drie soorten uit den omgang. Allereerst ontstaat uit de ervaring de empirische of waarnemende belangstelling en uit den omgang de sympathetische of deelnemende belangstelling. „Bij voortgaand nadenken over de dingen der ervaring ontwikkelt zich de speculatieve of denkende belangstelling, bij nadenken over grootere betrekkingen van den omgang de sociale of maatschappelijke belangstellin g." De derde soort van belangstelling, die uit de ervaring voortvloeit, is de aesthetische belangstelling, en de derde soort die uit den omgang ontstaat is de religieuze of godsdienstige belangstelling. De beide laatste ontstaan niet zoozeer door nadenken dan wel door rustige beschouwing (contemplatie) der dingen en lotgevallen.

Ten slotte wijst H. er op, dat met de aanwezigheid der zes soorten van belangstelling de veelzijdigheid nog niet is verzekerd, want elk der zes soorten kan weer op haar eigen wijs eenzijdig zijn. Naar algemeene veelzijdigheid moet steeds worden gestreefd.

Wat moet ons oordeel zijn over bovenstaande denkbeelden van

Sluiten