Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Overeenkomstig deze grondstellingen leiden wjj onzen kweekelhig van het enkelvoudige tot het samengestelde, van het nabijzijnde tot het verwijderde, van het bekende tot het onbekende, van het zichtbaie tot het onzichtbare, van de aanschouwing tot het begup, van het zinlijke tot het bovenzinlijke."

Het zal goed zijn na bovenstaande aanhaling uit Fröbel, de uitgesproken denkbeelden eens nader te beschouwen. Daartoe vestigen wij de aandacht op de volgende bijzonderheden: 11' ^^f'/erlangt alzijdige vorming.

h«fnH T h6t: denken en doen, kennen en

andelen, weten en kunnen moeten zoo innig

mogelijk vereenigd zijn; maar later meer bepaald: opbouwen en doen gaan aan het kennen en weten °°nrf\ en dat kennen en weten wordt weer oo PrS,ha;n hetA doen> opbouwen en uitoefenen. 3. Fiöbel oordeelt, dat de opvoeder denzelfden gang moet volgen bij het kind, als God heeft gevolgd bij de ontwikkeling van het menschel ij k geslacht.

crpmo lf Z00ai! 7ij in °nZe beschouwing over Herbart hebben opgemerkt, eischt deze geen a 1 z ij d i g e, maar v e e 1 z ij d i g e belangstelling. Fröbel gebruikt ongetwijfeld den term alzijdig, om nermee aan te duiden, dat zoowel de lichamelijke als de geestelijke

oordeelinL \ a taak, d6r SCh°o1 behoort en omdafc naar ziin oordeel de arbeid, zooals hij zich dien denkt, het middel tot die

alzijdige vorming wezen zou. Hiermee komt overeen, dat de vader dat dP7P handenarbeid in ons land, Stam, mede beweert,

InlgaaS: aCt°r " Stara

vaS'arm^Z^ aanleid"'8 "" ""

20. de handenarbeid draagt bij tot de alzijdige oefening der geest!" 611 ZmtUig6n eD daai'd00r t0t de ontwikkeling van den

Ookadoorninereening iS alZÜdige V01'ming een onmogelijkheid.

eiing van handenarbeid wordt nog geen alzijdige vorming verkregen. amjuige

ad. 2. Het tweede punt, waarop wij de aandacht vestigden, is

éoor T " tÜd FfÖbel herhaaldel«k «gezegd en iel

andere gioep van voorstanders van handenarbeid: de

Sluiten