Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weet, en hoe hem diepen ootmoed past tegenover het Absolute.

Het is met de wetenschap dus als met Asschepoester, 7,00 besluit S. „Wetenschap is de huisslavin, die in het duister onbekende volkomenheden verbergt. Aan haar is al het werk opgedragen; door haar ijver, vernuft en toewijding zijn alle gemakken en genietingen verkregen; terwijl zij onophoudelijk allen diende, is zij toch op den achtergrond gehouden, opdat haar trotsche zusters haar nietigheden voor de oogen der wereld konden ten toon spreiden. De vergelijking gaat nog verder. Want wij zullen weldra tot de ontknooping komen, waarbij de rollen zullen verwisseld worden; en terwijl de trotsche zusters in verdiende vergetelheid zullen wegzinken, zal de Wetenschap uitgeroepen als de hoogste in waarde en schoonheid, over alles heerschen."

Wat moet ons oordeel zijn over bovenvermelde beschouwingen van S. ? Allereerst zeker wel, dat S. door zijn vergelijkend onderzoek naar de betrekkelijke waarde der kennis aan de paedagogiek heeft duidelijk gemaakt, dat het voor de praktische en voor de ideëele vorming niet onverschillig is, welke leerstof aan het kind wordt aangeboden. Al zouden wij het met S.'s beschouwingen geheel en al oneens zijn, dan heeft zijn onderzoek toch beteekenis omdat er uit blijkt, dat zoo'n onderzoek noodzak e 1 ij k is.

Dit is wel de hoofdverdienste. Zeker, het is ook niet zonder belang, dat S. nog eens duidelijk aantoont, dat de verbalistische richting in het onderwijs moet worden afgekeurd en dat men wel eens te hooge waarde aan het taaionderwijs inzonderheid aan het onderwijs in de klassieke talen heeft toegekend. Maar dit zijn toch betrekkelijk slechts nevenvoordeelen, die tegen de nadeelen van de geheele strekking van het betoog niet opwegen, want S. heeft naar onze meening aan het onderwijs werkelijk schade toegebracht.

Wat toch is het geval ? Al neemt men een oogenbiik aan, dat alles wat S. ten voordeele der wetenschap, d. i. de exacte wetenschap, aanvoert, volkomen juist is, dan gelden zijn beschouwingen nog niet voor de gelijksoortige leerstof der lagere school. Toch laat S. met geen enkel woord uitkomen, dat feitelijk zijn betoog alleen voor de zelfstandige beoefening der wetenschappen opgaat en voor hen die hooger onderwijs in de wetenschap ontvangen. Voor den omvang en de behandeling der leerstof op de lagere school moeten geheel andere overwegingen gelden. Onder den invloed

Sluiten