Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch het gebruik van middelen, en een van die middelen is — de bespreking."

Na deze inleiding gaat S. tot de bespreking over. Hij gelooft niet zooals hij zegt aan Lord Palmerston's dogma, dat alle kinderen goed worden geboren. Wij weten niet of de Engelsche staatsman dit ook heeft gezegd, maar dat S. die in zoo menig opzicht op Rousseau's standpunt staat, beter had gedaan hier den Franschen opvoedkundige aan te halen, is zeker. Dan zou hij ook allicht aanleiding gevonden hebben duidelijk te maken, hoe hij in weerwil van dit verschillend uitgangspunt toch met deze in de keus der middelen voor een groot deel kon overeenstemmen.

S. oordeelt dat het tegenovergestelde dogma over het geheel dichter bij de waarheid staat. Evenmin is hij de meening toegedaan, dat men de kinderen als de opvoeding maar goed was, zou kunnen maken zooals zij behooren te zijn. De onvolmaaktheden van den aanleg kunnen wel verminderd worden, maar niet opgeheven. Zoo staat het ook met de ouders. En al waren de ouders volmaakt, dan zou een volmaakt opvoedingssysteem in onze onvolmaakte maatschappij nog niet wenschelijk zijn. Het eenige wat wij kunnen en moeten doen is ons bewegen in de goede richting. Wat is die goede richting? Dat zal S. onderzoeken. Wij weten natuurlijk wel reeds te voren den uitslag: een handelwijs waarmee zedelijkheid niets te maken heeft, gaat op ontelbare manieren en zeer geleidelijk over in een handelwijs die zedelijk of onzedelijk is. De natuur moet onze leid vrouw zijn.

„Als een kind valt of met zijn hoofd tegen de tafel loopt, ondervindt het pijn waarvan de herinnering strekt om het voorzichtiger te maken ; en door de herhaling van zulke ervaringen wordt het geoefend in de juiste leiding van zijn bewegingen. Indien het een heet rooster aanraakt, zijn hand in een kaarsvlam steekt, of kokend water op zijn huid stort, is de ontvangen brandwond een les die niet gauw vergeten wordt. Zoo'n diepe indruk ontstaat door een of twee gebeurtenissen van dezen aard, dat geen overreding hem later bewegen zal, de wetten van zijn lichamelijk welzijn te overtreden.

„In deze gevallen nu verklaart ons de natuur op de meest eenvoudige wijze de ware theorie en practijk van zedelijke op* voeding, — een theorie en practijk die, hoeveel zij voor den oppervlakkigen beschouwer ook op de gebruikelijke mogen gelijken,

Sluiten