Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat wij in onze „Grondbeginselen der opvoedkunde" schreven.

„Allereerst moet de dwaling uit den weg worden geruimd, waaraan S. zich schuldig maakt, als hij beweert, dat deze pijnlijke reacties evenredig zijn aan de overtredingen. 't Is natuurlijk wel waar, dat de pijn of liever het kwaad grooter is, indien wij ons zelf een ernstige wonde toebrengen dan bij een geringe wond: maar 't is beslist onwaar, dat het leed bij een groote onvoorzichtigheid grooter is dan bij' een kleine. Menig kind is verbrand door het aansteken van één lucifer en ofschoon het vaak gebeurt, dat een petroleumlamp uit elkaar springt, indien men haar brandende bijvult, zijn er toch velen, die dit herhaaldelijk doen, zonder ooit de onaangename gevolgen te ondervinden.

„Moge het dus in sommige gevallen aanbeveling verdienen, indien wij zeker weten, dat geen levensgevaar het kind dreigt^ het niet te beletten bepaalde handelingen te verrichten, maar het' er slechts voor te waarschuwen: er zijn omstandigheden, dat wij het niet op de natuurlijke gevolgen mogen laten aankomen ; maar wij wel degelijk moeten ingrijpen, desnoods als het niets anders kan door middel van straf, opdat het kind de schadelijke gevolgen van zijn daden niet zal ondervinden.

„Natuurlijke straffen zijn, zooals wij boven opmerkten, steeds iets kunstmatigs en daardoor zullen zij, evenals andere straffen, door het kind ook aan den opvoeder worden toegeschreven en niet door hem beschouwd worden als de onvermijdelijke gevolgen van zijn daden. Het zal die straffen beschouwen evenals andere straffen en ze ïechtmatig vinden, als hij werkelijk verkeerd heeft gehandeld en de straffen in verhouding staan tot de overtreding. Dit nu is met de zoogenaamde natuurlijke straffen evenmin steeds het geval als met de natuurlijke gevolgen, 't Is een natuurlijke straf, als men een kind, dat het schrift van zijn medeleerling bevlekt, het geschrevene overmaken laat. Maar hoe nu? Door dezelfde onvoorzichtigheid, achteloosheid of ongehoorzaamheid bederft de een het geheele cahier en de andere slechts een bladzijde. Moet nu de eerste leerling het geheele cahier en de andere slechts een bladzijde overmaken ? Dit zou immers onrechtvaardig zijn. Wij komen

!) Grondbeginselen der opvoedkunde door M. H. Lera blz. 99.

Sluiten