Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene taal kan den goeden God niet welgevallig wezen."

Die zachte vermaning hielp ; de Boer was op eens bedaard en hervatte, op eerbiedigen toon :

„De Lieve Heer weet wel hoe ik het bedoel. Ik draag de grootste achting toe aan Zijne dienaren, als deze binnen de perken blijven van hun gezag en waarlijk van vrome bedoelingen zijn vervuld. Gij herinnert u nog, hoe ik voor een heel jaar het groene huisje afstond aan den Duitschen Evangelist, die onder de Kaffers in den omtrek werkzaam wilde zijn. Die man meende het goed, en handelde in alle dingen volgens zijn geweten ; maar de Engelsche zendelingen worden in het verborgen door hunne regeering bezoldigd, om de zwarten tegen ons Boeren op te zetten."

,,Ja, dat zegt men," gaf de jonge man glimlachend toe : „maar ik ben altijd overtuigd geweest dat het een fabel is. De menschen vinden er een genoegen in zich altijd schrikbeelden in het hoofd te halen."

„Gave God dat het slechts ijdele schrikbeelden waren in dit geval," sprak de vader, op somberen bijna plechtigen toon : „maar men moet nog met de blindheid der jeugd geslagen zijn, om de oogen te sluiten voor hetgeen die lieden tegen ons hebben misdaan. In den aan-

Sluiten