Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De meester des huizes hielp hem zelf ontkleeden en te bed leggen ; van bloedige wonden ontdekte hij geen spoor, wel zag het lichaam van den zieke er op verscheidene plekken deerlijk gekneusd uit, wat zijne verklaring bevestigde dat hij met een zwaar stuk hout aangevallen zou zijn.

„Gij hebt met een laag soort vijand te doen gehad!" bromde Moorbreggen minachtend : ,,Geen Boer, die u op zulk eene wijze kan hebben toegetakeld. De slechtste onzer zou ten minste zijn toevlucht hebben genomen tot een geweer; maar een knuppel is het wapen van wilden of van struikroovers."

„Bestolen heeft men mij toch niet. Het was eene gewone wraakneming."

,,En zijn de daders u bekend?" vroeg Lodewijk snel.

Norton knikte toestemmend.

„Wilt gij hen niet noemen?"

„Neen; tenminste niet voor het oogenblik; want ik heb slechts zedelijke bewijzen tegen hen. Het spreekt vanzelf dat ik zeer goed weet wie mij genoegzaam haten tot het plegen van zulk een aanslag, en toen ik neerviel, herkende ik ook duidelijk de stemmen dier booswichten; maar het zijn sluwe lieden, zij zullen zorg hebben gedragen dat geen enkele schijn van schuld tegen hen kon worden aangevoerd en

Sluiten