Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geval niet; maar wel begon hij van lieverlede iets op den bodem van het vaartuig te zien schemeren, iets lichtkleurigs, dat zonderling afstak bij den somberen nacht, totdat een heldere straal der maan op dien bodem nederdaalde en den jongen man het gelaat vertoonde eener vrouw.

Zij lag daar roerloos en bleek als een doode ; maar hare groote, brandende oogen waren op hem gericht en schenen hem iets af te smeeken, dat hare lippen niet meer vermochten te uiten. Wat hemzelven betreft, hij gevoelde zich als van ontzetting versteend. Haar te hulp te komen was hem onmogelijk, zijne minste bewegingen werden door eene onzichtbare hand verlamd, en hoe dicht de onbekende ook bij hem scheen, het was een peillooze afgrond, die hen scheidde. Tegenover het gevaar dat haar dreigde en zijn eigen onmacht haar te redden, had hij met haar willen vergaan; maar ook dat was hem onmogelijk ; hij moest werkeloos toezien hoe zij den dood tegemoet snelde en een lafaard schijnen in haar oogen.

Een luid geklop op de voordeur bevrijdde hem van dit benauwd visioen, en hij sprong overeind, over al de leden sidderend en het voorhoofd met groote zweetdroppelen bedekt.

„Waken gaat mij vrij wat slechter af dan ik gedacht had," prevelde hij, met een poging om te glimlachen over zijn eigen zinsbegoocheling :

Sluiten