Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Gelukkig dat de anderen aangekomen zijn ! Het werd tijd die dwaze beelden te verjagen."

Na een vluchtigen blik in de richting van het bed te hebben geworpen, waar de gewonde oogenschijnlijk gerust lag te slapen, haastte hij zich open te gaan doen, en zag Willem ijverig bezig eene vrouw behulpzaam te zijn in het afstijgen van haar paard, terwijl een andere man de twee vurige dieren aan een boom voor het

huis vastbond.

„Daar zijn wij eindelijk!" riep de jonge Boer Herman toe: „Hoe gaat het mijnheer Norton ?"

„Hij is heel rustig gebleven," antwoordde Moorbreggen : ,,en ik heb dus alle hoop dat hij het ongeval spoedig te boven zal komen.

„Wij zijn u en uwen ouders veel dank verschuldigd, mijnheer," sprak thans eene zachte vrouwenstem, terwijl Eleanor Norton uit de duisternis daarbuiten in de voor de gelegenheid van eene lamp voorziene gang trad.

Herman zag haar aan en wankelde tegen den muur aan. Datzelfde gelaat had hij geen vijf minuten te voren aanschouwd ... op den bodem der onbestuurde sloep, en toch wist hij zeker dat het hem tot dien dag volkomen onbekend was geweest.

Het jonge meisje schreef zijne vreemde houding aan verlegenheid toe, iets wat haar niet verwonderde in die eenvoudige streek, waar

Sluiten