Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Mijnheer Norton spreekt wartaal, zooals gij kunt hooren," zeide Ainstowe, zonder veel hoop den toestand daarmede te redden.

„Scheept in alle stilte eenleger in!" schreeuwde de zieke: „Of beter nog, laat het voor de wereld heeten dat het troepen voor Egypte zijn ; wij hebben daar oorlog genoeg te voeren om dat aanneembaar te maken, en landt bij nacht te Durban. De Boeren moeten overvallen worden eer zij den tijd hebben gehad zich te wapenen of tot geregelde troepen te vormen, en de diamantvelden behooren ons toe!"

„O ! mijnheer !" stamelde Eleanor zonder meer de oogen naar den jongen man op te durven slaan : „Ik kan u niet eens vergiffenis vragen voor deze taal, nog minder u bezweren te gelooven dat ik zulke inzichten niet deel. Heb slechts een laatste goedheid voor ons, wil aan een uwer bedienden last geven mijn paard te zadelen en voor te brengen."

„Ik zal u gehoorzamen, als gij mij zeggen wilt wat gij voornemens zijt te doen," antwoordde Moorbreggen vastberaden.

„Het eenige wat nog gedaan kan worden. Ik rijd naar huis en zend een onzer knechts met den wagen om mijn vader terug te voeren ; er kome dan van wat mag."

„Neen, dat zal niet geschieden," klonk het beslist. „In dezen toestand zou dat zoo goed

Sluiten