Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Niemand onzer, die aan stelen denkt, mijnheer !" wierp Ainstowe hem eenigszins driftig tegen.

,,0 ! Ik wist wel dat gij het zoo niet noemt, wanneer het een gouvernement is dat zich aan zulk een daad schuldig maakt; waarom echter zou dezelfde handelwijze een ander karakter verkrijgen, omdat zij niet door één enkel persoon, maar door een ganschen staat werd gevolgd? Uw buurman is een rijk grondbezitter en gij zoudt niets liever doen dan hem te verjagen van zijn erf en dat land tot uw eigendom te maken ; maar als gij dat doet zal heel de wereld u een schelm noemen. Het eene land daarentegen, dat bij een kleiner rijk inbreekt, daar de bevolking doodt en beslag legt op mijnen en andere schatten, beschouwt zichzelf als heel deugdzaam, heet zeer Christelijk en eerlijk te zijn. In mijne oogen, mijnheer, is het even goed een gauwdief als de eerste de beste struikroover."

,,Gij kunt gelijk hebben ten opzichte van sommige invallen," antwoordde de zendeling, die inmiddels zijne zelfbeheersching herwonnen had, maar al te goed inziende dat, zoo hier iemand recht had zich boos te maken, het zeker niet een der gasten was, die op zoo vriendelijke wijze in deze woning geherbergd waren geworden, en die gulle ontvangst op zoo zon-

Stratenus. 6

Sluiten