Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEVENDE HOOFDSTUK.

„De wagen staat gereed," zoo luidde de boodschap, door Herman Moorbreggen, drie kwartier later aan Ainstowe overgebracht. „Kan ik u helpen den zieke daarin te dragen ?"

„Mij dunkt dat een uwer Kaffers dat even goed zou kunnen doen," haastte Eleanor zich te zeggen: „Wij hebben u waarlijk reeds moeite genoeg veroorzaakt, en misschien zou het zien van een blanke mijn vader herinneren aan het feit dat hij zich niet te huis bevindt."

„In dat geval zullen wij hem nog altijd gerust kunnen stellen met de verzekering dat hij daarheen juist wordt overgebracht. Vergeef mij u mijne hulp op te dringen, Miss Eleanor ; maar onze bedienden zijn onhandig en zouden uw vader onnoodig doen lijden."

Zij wisselde een snellen blik met Ainstowe, die haar scheen te willen overtuigen van de nutteloosheid harer pogingen zich aan het onvermijdelijke te ontworstelen, en met een korte dankbetuiging nam zij dus Herman's aanbod aan.

Sluiten