Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brauwen van den Boer hadden zich gefronst, zijn oogen schenen vonken te schieten, zijne lippen trilden, als hadden zij moeite het stilzwijgen te bewaren en wat Herman betreft, hij had het hoofd afgewend, als vreesde hij zelf te verraden wat er op dat oogenblik in zijn binnenste omging.

„Wij moeten voortmaken," sprak Ainstowe ten slotte. „Ziet, de krachten begeven hem voor het oogenblik dat kon niet uitblijven na zulk eene onnatuurlijke opwinding, en ik moet mij haasten van deze misschien kortstondige verademing gebruik te maken. Wij kunnen den zieke wel verder zelf overdragen ; maar onzen besten dank, intusschen voor uwe hulp tot hiertoe."

„Neen, dat kunt gij niet," verklaarde Lodewijk beslist : „Kom, Herman, haast u ; hij schijnt voor het oogenblik uitgeput te zijn; maar wij weten niet wat de volgende minuut weder kan plaats grijpen."

De jonge man knikte sprakeloos en gehoorzaamde aan zijn wenk, zoodat weinige seconden later Norton in de kar lag uitgestrekt zonder nog tot verdere bezinning te zijn gekomen.

Met gebogen hoofd was Eleanor den stoet tot aan de kar gevolgd. Haar binnenste werd verteerd door brandende schaamte, en het zou haar eene verlichting zijn geweest, indien zij een

Stratenus. 8

Sluiten