Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dachte te verjagen : „Kom, jongen, ga meê. Wat wij daareven hoorden, wisten wij eigenlijk al sedert lang. Ik begrijp waarlijk nog niet dat ik het mij een oogenblik aan kon trekken."

„Maar wat hebt gij dan gehoord ?" bleef de vrouw des huizes nieuwsgierig aandringen.

Haar echtgenoot vertelde het haar, terwijl alle drie de woning binnentraden en aan de eettafel plaats namen, en hoofdschuddend schonk Elisabeth Moorbreggen de kopjes in.

„Dan begrijp ik waarom het arme kind er op eens zoo bedrukt uitzag," mompelde zij : „Het is hard zulk een vader te hebben, en ik wilde dat ik het slechts geweten had, dan zou ik haar in de armen hebben gesloten en verzekerd dat wij haar daarom geen kwaad hart toedragen !"

„Ik ben blij, dat gij het niet hebt gedaan," sprak haar man kortaf: „die Engelschen zijn geen van allen te vertrouwen, en zij zou zich waarschijnlijk nog maar daarna over uwe lichtgeloovigheid hebben vermaakt. Hebt gij dan niet bespeurd, vrouw, dat zij ons niet in de oogen durfde blikken ? Dat wijst op geen goed geweten, zeg ik u. Ze kunnen het niet helpen, de kinderen van een Philias Norton, dat zij van den aanvang af de wereld als voor Engeland geschapen gaan beschouwen ; ze zuigen eigenwaan en zelfzucht met de moedermelk in. Wat den oude zelf betreft, zoo ik ooit nog aan zijne

Sluiten