Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genoodzaakt had van hier te trekken, hadden de overzeesche vrijbuiters hun zin, zouden zij de vruchten inoogsten van onzen onvermoeiden arbeid."

„Ziet gij dat alles niet te donker in, vader ?" vroeg de jonge man, terwijl zijne moeder beiden peinzend gadesloeg.

,,De jeugd wil geen kwaad gelooven," antwoordde Lodewijk, zijn pijp uitkloppende en opnieuw beginnende te stoppen : „dat is hare grootheid en zwakheid tevens ; ik ben eenmaal geweest zooals gij thans, en meende niet anders of de oude Boeren haalden zich dwaze schrikbeelden in het hoofd ; later echter zijn mij de oogen wel geopend geworden, en door schade en schande werd ik wijs "

„Maar wat willen zij dan toch ?" hernam Herman met een ongeloovigen glimlach : „Men zal mij niet wijsmaken dat het belangstelling in het lot van de armen is, dat de Engelsche regeering naar nieuwe bezittingen doet wenschen, en de hooggeplaatste personen in dat land'zijn rijk genoeg om het buiten ons land te kunnen stellen."

„Denkt gij dat ?'' spotte Moorbreggen : „O ! zeker, als men afgaat op den uiterlijken schijn, dan hebt gij gelijk. De gouvernementsheeren daarginds en hunne vriendjes, de prinsen en hertogen, rijden in prachtige koetsen, met paarden, waarvoor zij

Sluiten