Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zonder zijn antwoord af te wachten, liep zij het huis in en gaf last aan een tweetal bedienden, dat men zorg zou dragen voor het paard van den bezoeker en het een en ander voor hem gereed maken zou. Eene minuut later had zij zich weder bij Herman gevoegd en was zij hem voorgegaan naar eene rijkgemeubelde kamer, met openslaande ramen uitloopende op eene galerij, die zich langs de geheele achterzijde van het huis uitstrekte. Alles zag er hier zoo geheel anders uit als in de woningen der Transvaalsche Boeren, dat de jonge man er op eens weder door herinnerd werd aan het feit dat hij zich bij Engelschen, dus zoo goed als bij vijanden, bevond. Die wetenschap ontstemde hem en hij zeide op onhandigen toon :

„Misschien had ik uwe uitnoodiging niet aan moeten nemen, miss Eleanor. Als mijn paard echter maar even tot adem gekomen is, kunnen wij weer verder gaan, en mocht gij in dien tusschentijd eenige bezigheden hebben te verrichten, dan verzoek ik u niet aan mijne tegenwoordigheid te denken."

O

„Uwe komst is mij, integendeel, heel aangenaam," verzekerde zij, medelijden gevoelende met zijne verwarring: „Het gebeurt zoo zelden dat wij een bezoek ontvangen, dat ons eenig genoegen doet."

„Willem van den Honert zal toch niet nage-

Sluiten