Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En gij waart daar heel gelukkig, zeker ?" vroeg hij, zich, zonder het zelf te weten, dichter tot haar overbuigende, als wilde hij haar beschermen tegen het lot.

,,Ja, het was geluk, in vergelijking van thans," antwoordde zij droomerig, als sprak zij tot zichzelve, en zij liet het hoofd achterover leunen tegen den rug van den rieten leuningstoel, waarin zij plaats genomen had : ,,Ik had toen nog mijne moeder, die slechts leefde voor mijne broeders en mij, en alles uit den weg wist te ruimen wat ons pijn kon geven. Arme moeder! Ik begreep pas na haar dood hoeveel zij dikwijls in onze onmiddellijke nabijheid geleden heeft; maar zij verdroeg het ter liefde van ons zoo heldhaftig, dat wij er nooit iets van vermoedden, en maar voortgingen te genieten van alles wat zij ons aan vreugden en vermaken bezorgen kon. Zij was zoo bevreesd ons noodeloos te kwellen, dat zij ons ook niet vertelde hoe ziek zij was, en zoo brak haar einde aan, zonder dat wij haar ook maar eenigszins ongesteld hadden geweten. Het was ontzettend, zoo snel en verpletterend als de slag ons trof. Op een morgen, dat zijzelve mij uitgezonden had, vernam ik bij mijne thuiskomst tot mijne groote verbazing dat de dokter er was geweest, en vond ik mijne moeder voor het eerst in haar leven op de sofa uitgestrekt. Zij zag er geheel

Sluiten