Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was iets zoo laaghartigs dat, zoo hij gehoor had gegeven aan zijne eerste opwelling van verontwaardiging, hij weer te paard zou zijn gesprongen en naar de hoeve van den schuldige ware gerend, om hem, in bijzijn van al zijne onderhoorigen, het masker van het schijnheilig gelaat te rukken.

,,Meester, wilt gij mij beloven het kind te zullen zoeken?" smeekte de jonge negerin, verontrust door zijn stilzwijgen, en het kwam hem voor dat hare stem veel zwakker klonk.

,,Wees gerust, Djaguna, ik zal het doen," antwoordde hij haastig : „Kunt gij mij echter in het geheel niet op den weg helpen ? Is het niet mogelijk dat Baas van den Honert zijne handlangers heeft gehad, die weer bereid zouden zijn hem voor een handjevol geld te verraden ?''

,,Er is maar een wezen in den ganschen omtrek, dat op de hoogte heet te wezen van al wat op de Groene Hoeve gebeurt," antwoordde Djaguna, het hoofd vol inspanning ophefiend, om een angstigen blik om zich heen te werpen : „maar zult gij het wel ooit wagen tot haar te gaan ? de menschen zijn overtuigd dat zij met den duivel omgaat en ongeluk over iemand kan brengen."

,,Ik ben niet bang voor zulke lieden. Noem mij haar gerust."

„Het is Tana, de oude koewachtster."

Sluiten