Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan leven, meester," luidde het antwoord : „Wij vonden haar dood."

,,Dood ?" herhaalde Herman, en hij dacht vol weemoed aan dat krachtige, jonge leven, dat in zijn vollen bloei afgesneden was door de booze hartstochten der menschen : „Zijt gij wel zeker dat zij nog niet bij te brengen ware geweest r" en hij betastte met eene huivering de ijskoude en reeds verstijfde kleine hand van het arme meisje.

Tom stiet een korten lach uit, waaronder hij altijd gewoon was zijne aandoeningen te verbergen.

,,Of ik er zeker van ben ?" herhaalde hij schouderophalend : ,,De menschen van tegenwoordig zijn zoo knap, dat mijne hersenen er volstrekt niet meer bij kunnen ; maar zooveel weet ik toch nog wel, dat geen schepsel ter wereld langer dan een seconde leven kan met een mes in het hart."

„Gij wilt toch niet zeggen dat Djaguna vermoord werd?" riep Moorbreggen verschrikt uit.

,,Ik wil niets zeggen, Baas," antwoordde de voerman hoofdschuddend : ,,toen wij daar aankwamen was zij al koud ; maar als zij zoo zwak was als de meester vertelde, dan kan zij onmogelijk de kracht hebben gehad zichzelve op die wijze te doorsteken. Het mes zat er nog in; ik heb het uit de wond moeten rukken; hier is het."

Sluiten