Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rijden als in mijne jeugd, ging ik er zelf heen, want zij heeft mijn hart gestolen met die groote, droefgeestige oogen, die te vergeefs naar eene moeder schijnen te zoeken."

De Baas mompelde iets half verstaanbaars over al te groote weekhartigheid, terwijl Herman, na een dankbaren blik op de vrouw des huizes geworpen te hebben, zich haastte zijn paard te gaan zadelen en reeds een kwartier later op weg was naar de hoeve der Engelschen.

,,Hij had even goed thuis kunnen blijven," bromde Lodewijk, hem niet zonder trotsch nastarende, want het ware niet mogelijk geweest zich een prachtiger ruiter voor te stellen : ,,Ik begrijp ook niet, vrouw, waarom gij toch nog altijd in de bres springt, alsof hij een kleine dreumes ware. Onze jongen is oud en wijs genoeg om eigen wil door te drijven."

„Waarom tracht gij hem dat dan te beletten, zooals van daag, man?" klonk het lachend.

„Omdat het moeite voor niets zal zijn. Dat meisje luistert toch niet naar hem, moeder, en," voegde hij er bij, de wenkbrauwen samentrekkend, als vocht hij tegen eene pijnlijke gedachte: „misschien is het ook beter zoo."

„Neen, Lodewijk 1" klonk het bestraffend : „Dat meent gij niet; uw haat tegen de Engelschen kan niet zóóver gaan, dat gij Eleanor

Sluiten