Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWAALFDE HOOFDSTUK.

Dien avond zag het er donker en stormachtig uit in de anders zoo vreedzame woning van Lodewijk Moorbreggen. Herman was eerst laat teruggekeerd van zijn tocht; hij had pas afscheid van Eleanor genomen, toen de zendeling en van den Honert zich wederom bij hen hadden gevoegd ; maar hij had er zelfs niet aan gedacht terstond huiswaarts te keeren. Zijne ziel was ten prooi aan gewaarwordingen, zóó stormachtig, dat hij naar volstrekte eenzaamheid snakte, om wêer een weinig tot zichzelven te komen.

Hoe gelukkig voelde hij zich niet! Zijne liefde was zóó groot, dat hij zich zelf als niets rekende naast zijne dierbare bruid, en het zich niet kon verklaren hoe het mogelijk was dat zij ook aan hem hechtte, dat zij hem, juist hem, gekozen had om heel het verdere leven mede door te gaan. O ! Hij zou het haar in alles bewijzen, dat hij haar vertrouwen ook verdiende. Hare teederheid zou hem kracht schenken tot het

Sluiten