Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het was reeds negen uur, toen hij eindelijk \ooi de hoeve afstapte, zijn paard naar stal geleidde en met luid kloppend hart de huiskamer binnentrad ; want hoe lang hij uok had rondgezworven, welke fraaie volzinnen hij onderweg ook had opgesteld, nu dat het beslissende oogenblik daar was, vergat hij alles weer en kwam hij zichzelf voor als een schuldige, die dezen rustigen huiselijken kring binnensloop,' om er allen vrede uit te verjagen.

Zijne moeder kwam verheugd op hem toeloopen om hem te omhelzen, terwijl Lodewijk Moorbreggen lachend zeide :

,/> ! Die vrouwen ! Kom in welk deel der aarde gij maar wilt, overal zult gij ze dezelfden vinden. Uwe moeder, Herman, was, zoo waar, over uw uitblijven verontrust en stelde zich niet anders voor, of gij waart, als het eerste het beste kind, in het bosch verdwaald geraakt."

,,Neen, man, nu plaagt gij mij toch wat al te erg! Ik vreesde alleen dat hij een ongeluk zou hebben gekregen met zijn paard."

„In het zand bijten laten wij anders over aan onze vrienden de Engelschen. Nu, gij ziet, Elisabeth, dat gij nog geen zwachtels of pluksel voor hem behoeft te maken, en gij, jongen, vertel ons eens wat gij al dien kostelijken tijd wel hebt uitgevoerd ?"

,,'k sprak Miss Norton," antwoordde Herman,

Sluiten