Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zeg haar naam, Herman," bad Elisabeth : „alles is beter dan deze onzekerheid."

„Gij hebt goed geraden, vader. Het was Eleanor Norton, die ik bedoelde," en als verwachtte hij een onbarmhartigen strijd, rees de jonge man overeind, en ging hij tegen den muur aanleunen, de oogen met zachte, doch vastberaden uitdrukking op zijn vader gevestigd houdende.

„O ! kind, hoe is het mogelijk dat gij dit over ons hootd brengt?" kermde de moeder.

„Eene Engelsche dus !" bromde de Boer en een luiden spotlach slakende, liet hij er op volgen : „Geen onzer Transvaalsche dochters scheen u goed genoeg toe ; Roza van den Honert alleen zou nog genade in uwe oogen hebben gevonden, omdat zij reeds de fraaie manieren van al dat vreemde gespuis, dat onophoudelijk daar aan huis bij haar vader vertoeft, had afgekeken. Ik wilde niet hooren van zulk een keus en kreeg u te liever om uwe gehoorzaamheid. Een fraaie onderwerping, voorwaar ! Het is tot het legerkamp zelf van den vijand, dat gij zijt overgeloopen ; en welk een vijand ! Philias Norton is een ellendeling, een dergenen, die uitgezonden werden door Engeland om ons Boeren van onze eigen gronden te verjagen, een dier gewetenlooze schelmen, die hunne ziel aan den meestbiedende verkoopen en eer noch

Sluiten