Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Lodewijk," sprak zij zachtjes, zich over hem heenbuigende.

Hij streek zich met pijnlijk gebaar over de oogen en mompelde :

„Gij zult, evenals de jongen, wel boos op mij zijn, moeder; ik herinner mij nog hoe gij dat altijd waart in de dagen zijner kindsheid, als ik uw lieveling het een of andere speelgoed

weigerde, en nu hij deze speelpop niet hebben

mag . . .

„Neen, vader .... ik ben niet boos, alleen bedroefd om u beiden, want Herman is ongelukkig en uzelf moet het niet weinig hard gevallen zijn u tusschen hem en zijn gelukje plaatsen."

>>Z ijn geluk!' herhaalde Moorbreggen bitter: ,,Kon het ooit van die zijde komen ?"

,,Ja, Lodewijk,' klonk het even zacht als overredend aan zijn oor : „Want Eleanor Norton mag te Londen opgevoed zijn zooveel zij wil, zij is en blijft daarom toch slechts eene vrouw, dat wil zeggen een wezen, dat zich niet om staatkunde of dergelijke groote vraagstukken bekommert. Heb ik dat ooit gedaan ? Deden de vrouwen uwer vrienden het? Gij hebt mij honderdmaal mijne onverschilligheid voor zulke zaken verweten, en dat ten onrechte, vader, want het ligt nu eenmaal in onze natuur; wij hechten alleen aan man en kinderen, aan huis

Sluiten