Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,,Ik weet waarlijk niet wat er verder in opgesloten zou liggen," bekende zij : „maar gij zijt ook zulk een droomer, Lodewijk, dat het mij niets verwonderen zou, indien gij er nog van allerlei wonderbaars in vondt."

,,En is het dan noodig een droomer te zijn ; om te gevoelen dat ook wij, vrouw, een nieuw kapittel — het plechtigste, want het laatste, beginnen ? Sedert het oogenblik, waarop ik u als eene jonge bruid deze woning binnenvoerde, heeft geen ander dak u ooit beschut, zochten wij nimmer eene andere haardstede. Hier werden onze kinderen geboren, hier groeiden zij op, hier schonken wij onze dochters weg, hier deelden wij blijde en droeve dagen, hier ook hebben wij, naar ons beste weten en vermogen, den God onzer vaderen gediend, hier eindelijk zijn wij oud geworden ; voor het eerst wacht ons een ander huis; wij zullen er de oude meubels, al de herinneringen aan het verleden weervinden ; maar nooit toch zal het daarginds geheel en al hetzelfde zijn als hier. O ! denk niet dat ik mij over iets wil beklagen ; het stond slechts aan mijzelven hier te blijven, indien ik dat verkozen had, en Herman het nieuwe huis te geven ; maar de verandering is er niet minder groot om. Komaan, vrouw, laat ons gaan, nog eenmaal alleen, als op den dag van ons huwelijk. God zij geloofd,

Sluiten