Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of hebt gij mij reeds herkend ?"

Eleanor zag hem verwonderd aan ; hoe kon hij haar iets dergelijks vragen ? Zij was zeker hem nooit te voren te hebben ontmoet, en toch, zij kon het niet loochenen, waren zijne gelaatstrekken haar niet vreemd.

ijk bemerk reeds dat gij niet weet wie gij voor u hebt. Ik ben Sir Cecil Rhodestan."

ekeuriö trad zij een stap achteruit. Zij herinnerde zich nu de portretten van dien man en tevens het ontzag — aan vrees grenzende waarmede haar vader steeds over hem gesproken had. Was hij niet de ziel en het leven der Witte Roos ? Hij moest het weten dat zij eenmaal deel had uitgemaakt van die vereeniging. Hoe zou hij dan haar afval verontschuldigen Maar die vraag zelve deed haar hoogmoed ontwaken. Was zij hem dan verantwoording van hare daden schuldig ? Neen, indien hij, zooals zij begon te vermoeden, gekomen was om haar met verwijten te overstelpen, zou zij hem toonen eene vrije vrouw te zijn en te willen blijven.

„Welkom hier, mijnheer," antwoordde zij, zichzelve weer volkomen meester: „Ik had niet verwacht dat onze nederige woning ooit de eer hebben zou een bezoek van u te ontvangen. Mag ik last geven, dat men u eenige ververschingen brengeenblijtt gij misschien bijons overnachten?"

Sluiten