Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrij kortaf dat ik mij meer moeite moest geven om spoedig de taal machtig te worden, terwijl gij weet hoezeer ik mij daarop heb toegelegd om uwentwille ; maar o ! Herman, waarom hebt gij mij naar deze plaats gevoerd?"

„Waarom, kind ?" gaf hij vol ernst ten antwoord : „Omdat gij vroeg of laat vertrouwd moest raken met ons leven zooals het is. Gij kunt u onmogelijk van de andere Boerengezinnen blijven afzonderen, zoo gij den schijn niet op u laden wilt dat gij, of wel te trotsch, of wel vijandig jegens ons gezind zijt. Maar indien gij hun niets ergers te verwijten hebt, wat is het dan toch dat u hier pijn doet ?"

„Alles, alles!" riep zij uit, buiten staat zich langer te bedwingen : „De tabakswolken, die de mannen in mijn gezicht opzenden, de breikous der vrouwen, hunne kleêren, die voor geen van allen gemaakt schijnen te zijn, en hun om de leden fladderen ; hunne stem, hunne zoutelooze aardigheden, het wantrouwen, dat ik in hun blik lees, zoodra hunne oogen op mij vallen .... Waartoe nog meer op te sommen ? Ik zou niet eindigen. Laat mij huiswaarts keeren, smeek ik u ; ik houd het hier geen dat: meer

o o

uit en onze gastheer wilde heden dat wij allen eene gansche week zouden blijven."

„Komaan, mijne lieveling, wees verstandig en zie de dingen in, zooals zij werkelijk zijn," her-

Stratenus II. a

Sluiten