Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reikhalzend zag zij uit naar den avond, toen zij op eens met iets als een jubeltoon in de stem uitriep :

„Daar komen bekenden aan. Willem en Rosa van den Honert."

„Liefste," fluisterde Herman verwijtend, terwijl iedereen naar het venster was gesneld, om broeder en zuster te zien naderen : „Hebt gij, die zooveel aan te merken vindt op onze vrienden hier, lieden vol eergevoel en edele hoedanigheden, dan zulk eene voorliefde voor lieden, van wie het u bekend is dat zij booswichten zijn ?"

„O ! Ik hecht volstrekt niet aan ze," verzekerde de jonge vrouw ontwijkend : „maar men heeft hier in dit land zoo weinig keus. In Engeland zou ik iemand als Willem ter nauwernood hebben aangezien ; maar gij zult moeten toegeven dat hij de eenige man uit den omtrek is, met wien men nog eens een gesprek kan gaande houden."

„Ja, als het er op aan komt over beuzelingen te praten, dat geef ik toe. Hij heeft eene zekere oppervlakkige beschaving opgedaan door den voortdurenden omgang met de Engelschen, die elkander opvolgen als de logeergasten zijns vaders. Als het er echter op aankomt een eenigszins ernstig onderwerp te behandelen onder mannen, dan delft hij spoedig het onderspit

Sluiten