Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kalm bleef hij, terwijl hij schouderophalend vervolgde :

,,Ik had mij waarlijk een hooger denkbeeld van uwe scherpzinnigheid gevormd, Miss Eleanor, neen, ik moest mevrouw zeggen ; vergeef mij, ik zal altijd moeite hebben u dien titel te geven, nu hij niet uit mijne hand tot u kwam."

,,En waarin ben ik zoo kortzichtig, als ik weten mag?"

„Daarin, dat gij niet begrijpt waarom Herman die aanklacht tegen mij moest inbrengen . . .

„Hij was overtuigd van het gegronde zijner beschuldiging, daar ben ik zeker van."

„Misschien maakte hij zichzelf wijs dat hij er aan geloofde. De waarheid is dat hij zich verheugde het middel te hebben gevonden den man, die u niet minder lief had dan hijzelf deed, voor altijd in de schaduw te dringen."

„Dat is eene schandelijke onwaarheid !" riep Eleanor uit, hem een verpletterenden blik toewerpende : „Herman is in alle opzichten en omtrent alles steeds even open en waar tegenover mij geweest. Jaloezie zou hem tot geen leugen kunnen verleiden, aangenomen zelfs dat hij ijverzuchtig op u ware geweest, waartoe geen reden hoegenaamd bestond."

Zij waren van lieverlede achtergebleven in de smalle laan, aan het eind waarvan men hunne tochtgenooten zag verdwijnen en hij behoefde

Sluiten