Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nooit tevoren had zij hare woning zoo schilderachtig of zoo smaakvol gemeubeld gevonden. Alles lachte haar bij hare thuiskomst toe en er volgden nu eenige weken van onverstoord geluk, gedurende welke zij meer en meer de goede hoedanigheden van haar man op prijs leerde stellen.

Reeds begon er een band tusschen hunne harten te ontstaan, zooals hun te voren onbekend was gebleven, die band verhevener en hechter dan liefde, die toch uit haar geboren wordt, wanneer deze niet verwoest wordt door de spelingen des levens, de verschillende schakeeringen der karakters, toen Herman op een morgen, dat men hem eenige brieven overhandigd had, met eene uitdrukking van teleurstelling naar Eleanor keek en zeide :

„Ik vrees dat ik u voor eenige dagen af zal moeten staan, liefste."

„Mij?" vroeg zij lachend: „Waar wilt gij mij dan heen zenden ?"

„Uw vader schrijft mij, om mij te verzoeken u tot hem te zenden voor eene week of twee. Hij gevoelt zich ongesteld en zoo bitter eenzaam, dat ik het hem niet weigeren kan."

„Hij is toch niet zzuaar ziek ?" en de jonge vrouw zag hem doordringend aan.

„Volstrekt niet. Hij is zelfs niet bedlegerig. Ik vrees dat het voornamelijk zijne verlatenheid

Stratenus II. 7

Sluiten