Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te zullen missen ook hem van droefheid vervulde.

„Laat ons vooraf bepalen dat het slechts tien dagen zal zijn," hernam hij teeder : „gij kunt zeker spoedig vertrekken ?"

„Waarom wenscht gij dat ?"

„Omdat hoe eer gij gaat, hoe eer wij ook weder deze scheiding achter ons zullen hebben."

„O ! Ik zou morgen reeds kunnen gaan ; maar veel liever wilde ik mijn vertrek nog eenige dagen verschuiven . . . ." klonk het aarzelend ; immers zij was bang dat zij nooit als dezelfde zou wederkeeren, nooit weer.

Herman, die geen oogwenk vermoedde wat er in hare ziel omging, haastte zich te zeggen :

„Neen, neen, geen uitstel, smeek ik u, ofwel ik zal al deze dagen het gevoel in mij omdragen dat mij een zwaard boven het hoofd hangt. Ga morgen, zoo gij kunt, Eleanor, dan mag ik u reeds tegen het eind der volgende week terug verwachten."

„Zoo gij volstrekt wilt . . . ."

„Deze schikking is mij verreweg de liefste ; maar gij, van uw kant, moet mij beloven op den bepaalden tijd tehuis te zijn, wilt gij ? Ik weet reeds ternauwernood hoe ik den tijd zonder u zal doorkomen."

„Vader heeft zich zeker te zwak gevoeld

Sluiten