Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klaarbare houding tegenover mij aanneemt ?"

„Misdaan?" herhaalde zij langzaam: „Gij? Wie spreekt er van iets dergelijks ? Niemand heeft u een enkel verwijt toegevoegd."

„Dat is zoo en ik ben mij ook van niets bewust; maar .... wat dan, Eleanor, kan de koelheid verklaren van uwe ontvangst ?"

„O! Is het dat, waar gij op neer wilt komen," zeide zij, met een zenuwachtig lachje : „Neem dan hier in dien stoel tegenover mij plaats, want ik vrees dat het eenigen tijd duren zal, voordat ik u dat aan het verstand kan brengen, en ik ben nog vermoeid van een langen wandelrit. Wilt gij mij vooraf beloven niet boos te zullen worden ? Ik verfoei al wat naar tooneelen gelijkt."

„Ja, ik zal kalm blijven," sprak hij met toonlooze stem ; doch in plaats van te gaan zitten, ging hij vlak tegenover haar tegen den muur aanleunen, de armen over de borst gekruist, en de groote, pijnlijk brandende oogen onafgebroken op haar gericht.

„Herman," ging zij op onvaste wijze voort, niet goed wetende hoe te beginnen : „Het doet mij leed dat gij mij niet vooraf van uwe komst hebt verwittigd. Door dat te doen hadt gij ons beiden dit smartelijk onderhoud bespaard."

„Het is dus toch waar dat ik u niet welkom ben ?" prevelde hij met iets als een snik.

Stratenus II. 10

Sluiten