Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Waarom niet, als het u belieft?" en haar vader zag haar ongeloovig aan.

„Omdat ik eindelijk en ten laatste naar huis terug moet keeren ..."

„Gekheid! Herman heeft het recht niet u zulk een groot genoegen te misgunnen. Denk eens aan : Rhodestan, de man die de boezemvriend is van onzen Kroonprins en bij vreemde vorsten als gast wordt ontvangen, geeft ons zulk een blijk van vrienschap en een onzer zou dat met eene weigering beantwoorden ! Dat is eenvoudig onmogelijk. Wilt gij dat ik Moorbreggen schrijven zal?"

„Neen, dan is . het beter dat ik het doe, vader, haastte zij zich te zeggen.

„Zooals gij verkiest, maar wat moet ik antwoorden aan Sir Cecil ?"

„Neem zijne uitnoodiging voorloopig ook voor mij aan, vader ; ik kan mij later altijd nog verontschuldigen, als Herman mij zijne toestemming weigeren mocht."

Onder heel den duur van het maal was zij merkbaar verstrooid, en toen zij na afloop daarvan hare kamer opzocht en op het oogenbük dat zij daar binnen zou treden, eene hand op haar schouder voelde leggen, slaakte zij een flauwen kreet, die wel bewees hoe hare ziel door allerlei aandoeningen geslingerd werd.

„O! zijt gij het, Philip?" prevelde zij met

Sluiten