Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het venster, terwijl zijn blik vol onuitsprekelijk verlangen in de richting van den landweg tuurde.

„Zal zij dan werkelijk nooit wederkomen ? Nooit, nooit, nooit ?" fluisterde hij, het gelaat met de handen bedekkende : „en zal ik altijd die ondragelijke pijn in mijn binnenste voelen knagen ! O ! mijne lieveling, wat heb ik tegen u misdaan, dat gij mij zoo moest folteren ?"

Eene donkere schaduw plaatste zich onverwacht tusschen hem en het licht en eene vrouwenstem riep hem iets toe, dat hem op deed schrikken uit zijn gemijmer. Toch was het niet Eleanor, die tot hem wederkeerde, maar de hoekige, afschuwwekkende gestalte van Tana de koewachtster, die zich over het kozijn heenboog, terwijl de oogen, die zij op den eenzamen droomer vestigde, in hunne diepe kassen schenen te gloeien als ballen vuur.

Herman was te zeer van zijne droefheid vervuld, om iets als angst te gevoelen voor zijne persoonlijke veiligheid, en zonder zich te bekommeren om de vraag of de heks niet plotseling krankzinnig was geworden, zij die de uitdrukking van waanzin op het gelaat droeg, trad hij op het openstaande raam toe en vroeg op den zachten toon, onwillekeurig steeds door eene diepe smart aangeslagen :

,,Ik verstond niet wat gij zeidet. Is er iets dat ik voor u kan doen ?"

Sluiten